Mijn pad van initiatie
De roep van het leven is zelden het probleem. De kunst is om er bedding voor te vinden.
7/24/20255 min read
Mijn pad van initiatie
De roep van het leven is zelden het probleem. De kunst is om er bedding voor te vinden.
Ik weet het nog goed. Het is inmiddels elf jaar geleden dat ik mijn eerste ayahuasca ceremonie deed.
Wanneer ik terugkijk op de jaren die volgden, zie ik daarin opvallend helder de verschillende fasen van wat Joseph Campbell de heldenreis noemt, of wat Carl Jung beschreef als het proces van individuatie. Destijds had ik daar uiteraard geen woorden voor. Ik leefde mijn leven. Pas achteraf zie ik hoe bepaalde doorgangen zich aandienden, hoe iedere fase haar eigen uitdagingen kende en hoe het leven me telkens opnieuw uitnodigde om verder te groeien dan ik dacht dat mogelijk was.
In die tijd leefde ik vooral in de nacht. Als twintiger was ik voortdurend op zoek naar iets waarvan ik niet wist wat het was. Mijn gevoeligheid verdween onder alcohol, drugs en seks. Dat werkte verrassend goed, zolang ik niet al te goed keek naar wat er vanbinnen speelde.
Vanbinnen voelde ik me leeg. En eerlijk gezegd ook behoorlijk eenzaam.
Ik was niet geworteld. Ik leefde op de impuls. Op de vlucht, zonder werkelijk te weten waarvoor.
Toch bleef er iets in mij kloppen.
Nu zou ik zeggen dat het de roep van mijn ziel was. Of van mijn Zelf. Hoe je het ook wilt noemen: iets in mij wist dat er meer mogelijk was dan het leven dat ik op dat moment leidde.
Die spanning zorgde jarenlang voor een bijzondere dynamiek. In het weekend ging ik volledig los, om vervolgens doordeweeks de schade weer te repareren. Alsof ik voortdurend heen en weer werd geslingerd tussen twee werelden. Tussen verdoving en bewustwording. Tussen weggaan en thuiskomen.
Dat hield ik behoorlijk lang vol.
Tot een vriend me vroeg of ik mee wilde naar een ayahuasca ceremonie.
Als ik nu terugkijk, was dat waarschijnlijk de eerste keer dat ik werkelijk gehoor gaf aan de roep.
Gelukkig wist ik toen nog niet wat die vraag allemaal in beweging zou zetten.
De tweedaagse die volgde bleek een kantelpunt.
Er ging iets open wat jarenlang verborgen was geweest. Alsof een vergeten deel van mezelf zich weer herinnerde wie het was. Mijn hart opende zich. Er was warmte, liefde en een diep gevoel van thuiskomen. Tijdens de ceremonie verschenen beelden die me tot op de dag van vandaag begeleiden. Beelden die later richting zouden geven aan mijn werk, mijn keuzes en de manier waarop ik naar het leven kijk.
Toen ik na afloop weer buiten stond, voelde de wereld anders. Mijn zintuigen waren scherper. Kleuren leken helderder. Alles voelde echter, alsof ik jarenlang naar het leven had gekeken door een beslagen raam dat ineens schoon was geveegd.
Maar wat ik toen nog niet wist, was dat een opening iets anders is dan een transformatie.
De ceremonie had iets geopend, maar ik miste de bedding om dat ook werkelijk te leven. Ik werd geroepen, maar was nog niet bereid de reis volledig aan te gaan.
Achteraf zie ik dat als het weigeren van de roep.
Het leven had aangeklopt. Ik had de deur geopend. Maar ik was nog niet naar buiten gestapt.
De jaren die volgden waren dan ook allesbehalve eenvoudig. Enerzijds wist ik dat er iets van mij gevraagd werd. Anderzijds ontbrak de gronding om daar werkelijk gehoor aan te geven.
Pas vier jaar later kwam de volgende grote doorgang.
Een burn-out.
Of zoals sommigen het noemen: een donkere nacht van de ziel.
Een trigger op mijn werk bleek genoeg om de emmer te doen overlopen. Ineens was de controle verdwenen. Ik kon weinig anders dan huilen. Zelfs eenvoudige dingen voelden soms als een opgave. Het leven bracht me tot stilstand op een manier die ik zelf nooit had gekozen.
Toch was er één belangrijk verschil met vier jaar eerder.
Ik had inmiddels bedding gevonden.
Ik volgde een opleiding bij Phoenix en werkte met een coach die me hielp om niet weg te lopen voor wat zich aandiende. Langzaam werd zichtbaar waar de wond werkelijk zat. Veel daarvan had te maken met mijn verhouding tot het man-zijn. Met kracht. Richting. Verantwoordelijkheid. Met een deel van mezelf dat nooit werkelijk geïnitieerd was.
Hoe hard ik ook werkte, ik kwam daar niet helemaal bij.
Tot ik op een punt kwam waarop ik niets meer te verliezen had.
Ik besloot opnieuw ayahuasca te drinken bij een mentor die ik inmiddels vertrouwde.
Wat daarna gebeurde, voelt nog steeds als een van de meest bepalende ervaringen uit mijn leven.
Vrijwel direct hoorde ik een stem die zei dat ik de man in mezelf had op te halen.
De dagen die volgden stonden in het teken van werken, voelen, rouwen en herinneren. Alsof ik afdaalde naar een plek die ik jarenlang had vermeden.
Tot er uiteindelijk een beeld verscheen dat ik nooit meer ben vergeten.
Ik moest een zwaard oppakken.
Enerzijds om alsnog de navelstreng door te snijden. Anderzijds om mijn eigen weg vrij te maken. Om te gaan staan voor wie ik was en voor wat ik hier te brengen had.
Toen het beeld verdween en ik mijn ogen opende, merkte ik dat ik onbewust mijn ballen letterlijk in mijn handen had genomen. Tegelijkertijd zag ik langs mijn ruggengraat een kolom van licht omhoog bewegen.
Ik kan het moeilijk anders omschrijven dan als pure levenskracht.
Vanaf dat moment begon iets te verschuiven. Mijn energie kwam terug. Mijn herstel kwam op gang. En misschien nog belangrijker: ik wist dat er geen weg terug meer was.
Wat ik misschien nog wel het mooiste vind aan dit verhaal, is wat er daarna gebeurde.
Ik stond op dat moment al een tijd op de wachtlijst voor een mannengroep. Een volgende vorm van bedding, al wist ik dat toen nog niet.
Toen ik na de ceremonie mijn telefoon weer aanzette, zag ik dat er tijdens mijn afwezigheid een mail was binnengekomen. Er was een plek vrijgekomen en ik was welkom.
Noem het synchroniciteit. Noem het toeval.
Voor mij voelde het alsof het leven antwoord gaf.
De jaren daarna werden mede gevormd door die groep. Een plek waar ik leerde wat het betekent om man te zijn. Om mezelf te ontmoeten in relatie tot andere mannen. Om verantwoordelijkheid te dragen, steun te ontvangen en niet alles alleen te hoeven doen.
Wanneer ik vandaag terugkijk, zie ik één patroon steeds opnieuw terugkomen.
Een werkelijk leven begint vaak met een roep.
Meestal verschijnt die niet als een donderslag bij heldere hemel. Vaker begint ze als een fluistering. Een verlangen dat blijft terugkeren. Een gevoel dat iets niet meer klopt. Een stem die vraagt om serieuzer genomen te worden.
En wanneer we lang genoeg doen alsof we haar niet horen, wordt die stem meestal vanzelf luider.
Tot het leven manieren vindt om onze aandacht alsnog te krijgen.
Soms in de vorm van een burn-out. Soms in een scheiding. Soms in verlies. Soms juist doordat er een verlangen ontstaat dat zich niet langer laat wegredeneren.
Wat ik ook heb geleerd, is dat de roep meestal niet het probleem is.
De uitdaging zit in de bedding.
Want een ceremonie kan een deur openen. Een boek kan je raken. Een opleiding kan iets wakker maken. Maar zonder bedding blijft het vaak bij een ervaring.
Werkelijke verandering vraagt om iets anders. Om een omgeving waarin je kunt oefenen, integreren en telkens opnieuw kunt kiezen voor wat waar is.
Wanneer ik kijk naar waar ik vandaag sta, voel ik vooral dankbaarheid. Voor mijn mooie en wijze vrouw. Voor mijn wilde kinderen. Voor de krachtige broeders om mij heen. Voor alle mensen die op verschillende momenten een stuk met mij hebben meegelopen.
Het ontroert me om te zien hoeveel meer thuis ik ben dan elf jaar geleden.
Niet omdat ik aangekomen ben.
Maar omdat ik steeds opnieuw bereid ben geweest om verder te reizen.
Misschien is dat uiteindelijk waar mijn werk over gaat.
Mensen begeleiden die voelen dat er iets in hen roept. Die weten dat het oude niet meer klopt. Die voor een deur staan en voelen dat het tijd is om erdoorheen te stappen.
Niet omdat ik hun pad ken.
Maar omdat ik inmiddels weet hoe waardevol het is wanneer iemand met je meeloopt terwijl je het jouwe ontdekt.
Wie weet kruisen onze wegen elkaar ooit.
Tot die tijd wens ik je vooral moed. En vertrouwen.
Voor de roep die in jou gehoord wil worden.
Hartegroet,
Ron